muzieklijstjes.nl

 | Muziek-canon no. 2 | Tips O | Schrikkelmuziekdag |

Anne Sofie von Otter & Elvis Costello -

For the stars (Deutsche Grammophon 2001)

Bibliotheken werken met hoofdwoorden. In kaart of digitale catalogi worden namen van verantwoordelijke personen ingevoerd: schrijvers, vertalers, illustratoren, componisten, orkesten, dirigenten of zangers. Er zijn grofweg twee soorten hoofdwoorden: primaire en secundaire. Vertalers, dirigenten en zangers zijn vaak secundaire hoofdwoorden. Ze zijn uiteindelijk niet verantwoordelijk voor de roman, de symfonie of het gezongen lied. Anne Sofie von Otter wordt hier opgevoerd als primair hoofdwoord. Elvis Costello als secundair. Dat is dubieus. Von Otter zingt liedjes die hoofdzakelijk door Costello zijn uitgezocht. Sommige songs zijn zelfs door Costello geschreven. Toch is Costello op deze cd niet de belangrijkste persoon. Dat is de stem van de Zweedse mezzosopraan Anne Sofie von Otter. Die hier iets doet wat veel mensen uit de klassieke muziekwereld verafschuwen: cross-over. Ze begeeft zich op een terrein waar ze volgens die fundamentalisten niets heeft te zoeken. Dat doet ze toch. Omdat ze Costello eens tegen het lijf liep. En Costello zich aan haar voorstelde als fan. Dat is na te gaan in een lijstje dat door een Costello-fan een aantal jaren geleden is samengesteld. Elvis Costello is een veelvraat. Hij beperkt zich niet tot zijn eigen muziekwereld. Hij staat open voor zeer uiteenlopende muziekstijlen. En doet daar kond van in interviews. Een Engelse Costello-fan heeft uit al die artikelen door Costello genoemde titels op een rijtje gezet. Hij noemt van Anne Sofie o.a. de Marian cantatas & arias van Georg Frideric Handel, Lieder van Edvard Grieg, Lieder van Franz Schubert en Zweedse liedjes op Wings in the night.

Omgekeerd geldt hetzelfde. Poprecensenten moeten ook niet veel hebben van dames of heren uit de klassieke hoek die af en toe een "pop"-plaat menen te moeten uitbrengen. In hun recensies komen vaak de volgende stereotype opmerkingen voren: té steriel, geen inlevingsvermogen, niet soulvol genoeg, ... vertilt zich aan enzovoorts. Jaarlijks wordt in Oor een eindlijst gepubliceerd. In de eindlijst van 2001 noemt slechts een persoon For the stars: Jip Golsteijn van De Telegraaf. Een man met een unieke smaak in Nederland.  Helaas begin 2002 overleden.

Hoe anders waren de zure opmerkingen van Pieter Steintz in NRC Handelsblad: "De liefhebber van klassieke zang zal teleurgesteld zijn dat von Otter klinkt als een nachtclub-act, de popfan mist het prikkelbare, half-valse stemgeluid van Costello. () Het heeft dit nieuwe Costello-experiment niet van overbodigheid kunnen redden" (9 april 2001) .

Toch is er met For the stars niets mis. Het is een perfect samengestelde verzameling songs. Van bekende en minder bekende songsmeden uit de lichte muziek. Perfect gezongen door een van de top-zangeressen uit de klassieke wereld. Verder zijn de arrangementen van Costello zeer verzorgd en de musici vaklui. Er zijn vele hoogtepunten. Bijvoorbeeld Like an angel passing through my room. Een Abba-song uit 1980. Songwriter Benny Andersson (ook een Zweed) speelt hier zelf mee. En April after all van Ron Sexsmith. Die ogenschijnlijk achteloos de ene na de andere pracht-song kan schrijven. Met diepzinnige, troostende regels die zullen voortleven:

But there'll be other days,

Darling, come what may.

The rain has got to fall,

It's april after all.

And tears are bound to fall;

It's april after all.

Zeer waarschijnlijk verwijst Sexsmith in zijn liedje naar de beroemde regel van T.S. Eliot uit The waste land ("april is the cruellest month"). Maar welke popjournalist vraagt nu eens zoiets aan een muzikant. 

(HvD 10 november 2002)